Een boodschap doen, even iemand naar de dokter brengen of een maaltijd koken. Dat zijn vormen van burenhulp die ouderen voor elkaar overhebben. De grens ligt bij het verlenen van medische of lichamelijke zorg. Dat blijkt uit onderzoek van de Raad van Ouderen.
De Raad van Ouderen heeft onderzocht wat ouderen wel en niet voor elkaar willen doen in het kader van de zorgzame samenleving. Ongeveer 900 ouderen hebben een vragenlijst ingevuld. Daaruit bleek dat ouderen geen lichamelijke of medische zorg willen en kunnen verlenen aan hun buurtgenoten. Denk dan aan het helpen bij douchen of het geven van medicijnen. Dat vinden ouderen echt werk voor professionele zorgverleners.
De Raad van Ouderen geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de minister van VWS over zaken die ouderen aangaan. In dit recente advies over de zorgzame samenleving staat dat de Raad het goed vindt dat mensen elkaar helpen, maar ook gevaren ziet.
Uit het onderzoek blijkt ook wat ouderen wél graag voor elkaar willen doen, waaronder boodschappen en vervoer regelen, maar ook samen een wandeling maken, lezen of een maaltijd koken. Ouderen zijn hier vooral toe bereid als ze de ander al goed kennen en vertrouwen.
Veel ouderen vinden het lastig om hulp te vragen, en willen graag zelfstandig blijven. Ze stellen het vragen of inschakelen van hulp zo lang mogelijk uit. Als het echt niet anders kan, vragen ouderen het liefst hulp aan hun eigen partner of kinderen. Pas in uiterste nood vragen ze hulp aan de buurt. Veel ouderen doen dat liever helemaal niet. Meer dan de helft van de ouderen heeft nog geen afspraken gemaakt met buurtgenoten over het helpen van elkaar. Een kleine groep ouderen is eenzaam, kent niemand in de buurt en durft daardoor geen hulp te vragen.
Bron: Skipr


Geef een reactie