Als ouderen bij elkaar wonen in een seniorencomplex, is het niet vanzelfsprekend dat dit uitgroeit tot een zorgzame gemeenschap. Er is meer nodig dan alleen bij elkaar wonen en gemeenschappelijke ruimtes hebben.
De Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het Ben Sajet Centrum deden drie jaar lang onderzoek naar de Amsterdamse Lang Leven Thuisflats.
De onderzoekers bekeken hoe de woonvorm zich in de dagelijkse praktijk ontwikkelt en welke factoren bijdragen aan prettig en langer zelfstandig wonen. Professionele ondersteuning en realistische verwachtingen blijken, naast het ruimtelijk faciliteren van laagdrempelig contact, bepalend voor het slagen van deze vorm. Dat is te lezen op de site van Stadszaken.
De Lang Leven Thuisflat geldt als een oplossing voor de vergrijzing en de druk op de zorg. Door ouderen geclusterd te laten wonen, kunnen bewoners elkaar gemakkelijker ontmoeten en kunnen zorg- en welzijnspartijen ondersteuning dichtbij organiseren. Elke Lang Leven Thuisflat heeft een vast team van zorg- en welzijnsmedewerkers en medewerkers van de woningcorporatie die zorg en ondersteuning bieden bij het dagelijks leven. Dit doen zij vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo/gemeente), de Zorgverzekeringswet (Zvw/wijkverpleging) of de Wet langdurige zorg (Wlz/volledig pakket thuis). Amsterdam is in 2021 gestart met de Lang Leven Thuisflats, telt er inmiddels 21 en er moeten er in ieder geval nog 9 bijkomen.
Een zorgzame gemeenschap ontstaat echter niet alleen met het samenbrengen van woningen rond een gezamenlijke ontmoetingsruimte, zeggen de onderzoekers. De verwachtingen rond gemeenschapszin in de Lang Leven Thuisflats zijn hooggespannen. Het idee is aantrekkelijk: ouderen wonen dicht bij elkaar, kennen hun buren en kunnen elkaar helpen als dat nodig is. Maar, zo schrijven de auteurs van het rapport, is er weinig onderzoek gedaan naar hoe zulke ambities rond gemeenschapsvorming uitpakken in de alledaagse praktijk van seniorencomplexen.
De wens om verbonden te zijn schuurt al snel met de wens om zelfredzaam te blijven en je persoonlijke vrijheid te behouden in je eigen woonomgeving, concluderen de onderzoekers. Sommige ouderen zoeken actief contact, terwijl anderen vooral waarde hechten aan hun zelfstandigheid en privacy. Ook kunnen bewoners ambivalent zijn over de vraag in hoeverre zij iets voor hun buren willen betekenen. Dat betekent dat ‘omzien naar elkaar’ niet als vanzelfsprekend uitgangspunt aan bewoners kan worden opgelegd.
De onderzoekers waarschuwen voor romantisch wensdenken over gemeenschapszin. Zij wijzen op het mogelijk maken van verschillende gradaties van contact in een geclusterde woonomgevingen zoals de Lang Leven Thuisflats. De onderzoekers zien kansen in kleine, alledaagse ontmoetingen. Een praatje in de hal, elkaar groeten, samen koffiedrinken of elkaar toevallig tegenkomen: het zijn vormen van contact die weinig van bewoners vragen, maar wel kunnen bijdragen aan verbondenheid.
‘Hoe intensiever de vorm van contact, hoe selectiever bewoners zijn in het aangaan ervan; een kort praatje maak je al snel, terwijl onderlinge zorg vraagt om een hechtere burenrelatie. De ontwikkeling van burencontact is daarbij niet vanzelfsprekend.’ Om verschillende intensiteiten van contact te kunnen hebben, is het van belang dat bewoners elkaar in het dagelijks leven gemakkelijk kunnen tegenkomen. Het creëren van een ontmoetingsruimte alleen is niet voldoende. Niet iedereen kan of wil meedoen aan een bewonerscommissie of activiteitenprogramma. Voor gemeenten en woningcorporaties betekent dit dat de sociale infrastructuur al in het ontwerp en de ontwikkeling van een wooncomplex moet worden meegenomen. De entree, gangen, gemeenschappelijke ruimten en verbinding met de omliggende buurt vormen een kader waarin bewoners elkaar op verschillende manier kunnen ontmoeten. Naast het faciliteren van laagdrempelige ontmoeting, wijzen de onderzoekers op de rol van professionals. Als ouderen langer zelfstandig thuis moeten wonen, ontstaat al snel het idee dat een deel van de zorg door de gemeenschap kan worden opgevangen. De onderzoekers noemen professionele ondersteuning echter noodzakelijk en een van de voorwaarden voor het functioneren van een Lang Leven Thuisflat. Zorg en welzijn moeten daarom in of nabij de flat beschikbaar zijn. Professionals hebben ook een rol bij het versterken van de gemeenschap. Zo kunnen zij bewoners ondersteunen wanneer onderlinge relaties ingewikkeld worden, signaleren wanneer iemand uit beeld raakt en ervoor zorgen dat informele en incidentele steun niet automatisch verandert in een zorgverantwoordelijkheid voor buren.
Lees het hele artikel op de site van Stadszaken

