420 miljoen extra beschikbaar voor bouw ouderenwoningen

Het kabinet stelt de komende vier jaar € 420 miljoen extra beschikbaar voor de bouw van ouderenwoningen. Dat schrijven minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) aan de Tweede Kamer. Oprichter van het Knarrenhof Peter Prak is blij met de toezegging maar vindt het tegelijkertijd bij lange na niet genoeg.

De Nederlandse bevolking vergrijst en een toenemend aantal ouderen wil graag verhuizen naar passende woonruimte, zoals huizen die gelijkvloers zijn, geschikt voor zorgverlening of seniorencomplexen waar ouderen elkaar ontmoeten in gemeenschappelijke woonruimten.  

Minister Boekholt-O’Sullivan schrijft dat veel ouderen staan te popelen om te verhuizen, maar klem zitten omdat passend aanbod ontbreekt of omdat het financieel niet aantrekkelijk is. ‘Er wordt flink gebouwd, maar het tempo moet verder omhoog. Net als het aantal nieuwbouwplannen voor ouderen. Daarom trekken we nu de knip zodat woningzoekende senioren meer perspectief krijgen en de doorstroming op de woningmarkt op gang komt.’

Tot en met 2030 zijn in totaal 290.000 ouderenwoningen nodig. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat voor de realisatie van zo’n 215.000 huizen reeds bouwplannen zijn ontwikkeld. Voor het merendeel (veelal gelijkvloerse woningen) worden volgens de ministeries voldoende plannen ontwikkeld en woningen gebouwd. Sinds 2022 worden jaarlijks ongeveer 20.000 van dit type gerealiseerd.

Voor de ontwikkeling van de 75.000 resterende ouderenwoningen – vaak zorggeschikte of geclusterde ouderenwoningen – en om de huidige plannen versneld te realiseren, trekt het kabinet de komende vier jaar € 420 miljoen extra uit. Voor deze woningen zijn meer concrete bouwplannen nodig. Gezien de grote vraag naar ouderenwoningen vinden de betrokken ministeries het belangrijk dat marktpartijen en woningcorporaties hiermee voortvarend aan de slag gaan. Het geld komt bovenop de € 120 miljoen die dit jaar is uitgetrokken voor ouderenhuisvesting.

Met de bouw van ouderenwoningen komen extra huizen vrij omdat doorstromers woonruimte achterlaten. Vrijwilligheid is hierbij het absolute uitgangspunt, onderstreept minister Boekholt-O’Sullivan eerder al. Voorzitter van de LVGO, Hermien Miltenburg, beaamt dit uit recente eigen ervaring.

Doorstroming moet voor ouderen financieel aantrekkelijk zijn. Minister Boekholt-O’Sullivan doet daarom met de hypotheeksector onderzoek naar de mogelijkheden of bijvoorbeeld de overwaarde kan worden ingezet voor de financiering van dubbele woonlasten. De Tweede Kamer wordt later dit jaar geïnformeerd over de mogelijkheden.

Oprichter Peter Prak van het Knarrenhof juicht de extra miljoenen toe. Hij noemt het een goede stap, maar vindt het bij lange na niet genoeg, meldt hij op de site Oost.nl. ‘Die steun is heel erg welkom, maar daarmee worden ongeveer negen procent van de meerkosten van levensloopbestendig bouwen opgevangen.’

Die meerkosten zitten volgens Prak in de bouw zelf. Een levensloopbestendige woning is breder, moet rolstoelvriendelijk zijn en heeft een slaapkamer en een dubbel zo grote badkamer op de begane grond, zodat bewoners ook thuis verzorgd kunnen worden. Dat maakt het bouwen van zo’n woning duurder, maar het bespaart later ook weer fors op de zorgkosten. Peter Prak noemt de noodzaak om meer levensloopbestendig te bouwen groot. ‘Sinds 1995 zijn er al meer 50-plussers in Nederland dan 50-minners.’ Volgens hem wordt veel te weinig gebouwd voor senioren. Vorig jaar was slechts 6,5 procent van de nieuwbouwwoningen geschikt voor ouderen, terwijl het beleid uitgaat van minimaal dertig procent. Prak zelf legt de lat hoger. “Mijn stelling is dat het 60 procent van alle woningen moet zijn.”

Volgens Prak is er niet alleen woonruimte te winnen, maar ook welzijn. ‘De grootste aanjager van ongezondheid is eenzaamheid. Dat is schadelijker voor de gezondheid dan roken.’ In de Knarrenhofjes kijken bewoners naar elkaar om, daardoor kunnen mensen langer zelfstandig blijven wonen. Ook als mensen dement worden, zijn er buren die opletten of zorg bieden.

Lees het volledige interview op Oost.nl

Hermien Miltenburg, voorzitter LVGO: ‘Alle woonvormen waarin vijftig-plussers in eigen regie gemeenschappelijk kunnen wonen vinden wij belangrijk. Dat kunnen Knarrenhoven zijn maar we zien ook een snel groeiend aantal meergeneratie woonvormen in de vorm van wooncoöperaties, CPO’s, huurwoningen met zorgafspraken. Al die vormen van groepswonen zijn relevant. Dit is niet alleen belangrijk voor vijftig-plussers maar juist ook voor jongere generaties. Deze vijftig-plussers laten grotere woningen achter die weer perfect zijn voor jonge gezinnen, wiens starterswoning weer geschikt is voor stellen.  Zo kent elke levensfase een eigen perfecte plek.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel deze pagina