Ruimte op het stroomnet voor honderdduizenden nieuwe woningen

Het volle stroomnet dreigt op steeds meer plaatsen een rem te zetten op de woningbouw. Toch is er ook goed nieuws: voor honderdduizenden nieuwbouwwoningen die de komende jaren gebouwd moeten worden, blijkt nog ruimte op het elektriciteitsnet. Tegelijk zijn de regionale verschillen groot en belanden veel andere bouwprojecten voorlopig op een wachtlijst.

Netbeheerders kregen dit jaar uitzonderlijk veel aanvragen binnen voor woningbouwprojecten die binnen drie jaar moeten starten. Dat heeft te maken met nieuwe regels voor de verdeling van de schaarse capaciteit op het elektriciteitsnet. Sinds 1 juli 2026 worden aanvragen van huishoudens, bedrijven en andere gebruikers in gebieden met netcongestie via één systeem behandeld. Maatschappelijk belangrijke voorzieningen, waaronder woningbouw en onderwijs, kunnen daarbij prioriteit krijgen.

Grote regionale verschillen

Bij netbeheerder Liander is het beeld voor de woningbouw relatief gunstig. Van de aanvragen die voor 1 juli binnenkwamen, was medio september 85 procent beoordeeld. Voor ongeveer 168.000 woningen bleek voldoende ruimte op het elektriciteitsnet beschikbaar. Het gaat om concrete woningbouwprojecten waarvan de bouw naar verwachting binnen drie jaar begint.

In het verzorgingsgebied van Enexis is de situatie moeilijker. Daar zijn ruim 140.000 nieuwbouwwoningen aangemeld die aan de voorwaarden van de overgangsregeling voldoen. Voor ongeveer 54.000 woningen is direct capaciteit beschikbaar. Ruim 85.000 woningen kunnen vooralsnog niet worden aangesloten en komen op een wachtlijst.

Ook Stedin kreeg een hausse aan aanvragen. Op een eerdere lijst stonden projecten voor 147.000 woningen, maar na aanvullingen liep dat aantal op tot 277.000. Ter vergelijking: in het verzorgingsgebied van Stedin worden normaal ongeveer 25.000 woningen per jaar gebouwd. De netbeheerder onderzoekt daarom hoeveel van deze projecten daadwerkelijk op het net kunnen worden ingepast.

Stroomnet eerder betrekken bij bouwplannen

Om te voorkomen dat woningbouwplannen pas in een laat stadium vastlopen op een gebrek aan stroomcapaciteit, is op 1 oktober een nieuwe werkwijze ingevoerd. Gemeenten kunnen nu al veel eerder transportcapaciteit aanvragen voor woningbouwprojecten: tot tien jaar vooruit.

Daardoor kan bij de planvorming eerder rekening worden gehouden met de mogelijkheden van het elektriciteitsnet. Is er onvoldoende capaciteit, dan kan bijvoorbeeld worden gekeken naar een andere planning, fasering of energievoorziening. De nieuwe procedure creëert overigens geen extra capaciteit en geeft ook geen garantie dat een project daadwerkelijk kan worden aangesloten.

Het elektriciteitsnet wordt daarmee steeds belangrijker bij de keuze waar en wanneer nieuwe woningen worden gebouwd. Daarnaast zoeken netbeheerders naar manieren om nieuwe woonwijken ‘netbewust’ te ontwikkelen. Door bijvoorbeeld verwarming, laadpalen, zonnepanelen en energieopslag slim op elkaar af te stemmen, kan de piekbelasting worden verminderd en kunnen mogelijk meer woningen gebruikmaken van dezelfde netcapaciteit.

De conclusie is dan ook dubbel. Voor een groot aantal geplande woningen is de komende jaren ruimte op het stroomnet. Maar het volle elektriciteitsnet blijft tegelijkertijd een serieus knelpunt voor de woningbouw. Waar vroeger vooral grond, vergunningen en financiering bepaalden of een nieuwbouwproject kon doorgaan, wordt beschikbare stroomcapaciteit steeds vaker een vierde bepalende factor.

Bronnen

Deze bronnen zijn zonder betaalmuur te raadplegen.

Deel deze pagina